Beste lezer, versta me niet verkeerd: ik ben dol op kinderen. Maar vaak iets minder op ouders. Het is perfect normaal dat jonge kinderen hun stembanden uittesten, met hoge volumes tot gevolg. Niks mis mee. Maar in het kader van de pedagogische vrijheid (“mijn kind, schoon kind”) vinden sommige ouders het blijkbaar perfect om met hun kleintje gewoon te blijven zitten in het midden van een huwelijksmis. Screw bride and groom. Jammer voor die intieme trouwgelofte die niemand nu nog kan horen. Mijn kind heeft toch het recht om daar te zijn? Inderdaad, maar alle andere aanwezigen ook.
Er is niets mis mee om met uw kind buiten een wandelingetje te gaan maken. Niemand zal u als slechte ouder beschouwen omdat u het stemgeluid van zoon- of dochterlief niet onder controle hebt. Natuurlijk mist u zelf dan een deel van de kerkdienst, maar dat deed u sowieso toch al omdat u er geen woord meer van verstond. En bovendien is dat toch de tol om geen babysit te betalen?
Beste ceremoniemeester: het is ook uw taak om ervoor te zorgen dat een kerkdienst vlot verloopt. Durft daarom beleefd maar kordaat ‘pedagogische vrije’ ouders te wijzen op de overlast die HUN gedrag veroorzaakt.
die ‘mensen’ toch
Valt het u ook op hoe vaak er tegenwoordig gesproken wordt over DE problemen van DE mensen? Liberaal partijvoorzitter Bart Somers: “het wordt tijd dat we ons gaan bezighouden met hun problemen: koopkracht, jobs, pensioenen”. Somers en zijn partij hebben daarvoor nochtans 8 jaar de tijd gehad. De accijnsen op diesel zijn dezelfde gebleven, de 200.000 jobs zijn er niet gekomen en het Zilverfonds… tja, da’s eigenlijk een virtuele spaarpot, maar te moelijk om uit te leggen aan ‘de mensen’.
Maar over die ‘mensen’. Waarom scheert men het electoraat over dezelfde kam? Ik heb namelijk een job (net zoals 96% van de Vlaamse bevolking tussen 18 en 65) en voel me dus niet aangesproken. Zijn al die communiatiegoeroe’s en spindoctors er nu nog niet achter dat je je doelpubliek moet segmenteren om het effectief aan te spreken? Ik wil aangesproken worden als ‘dertiger met toekomstperspectieven’. Mijn moeder als ‘moeder van 3 kinderen op een zucht van haar pensioen’. En wat doen jullie voor ons. Zender-boodschap-ontvanger.
Valt het u ook op hoe DE problemen van DE mensen steeds vaker worden benoemd door een triumviraat: een liberale partijvoorzitter, zijn socialistische evenknie en een (uiteraard objectieve) hoofdredacteur van een krant. En om de beweringen op hun familiefeest te staven houden ze een al even represenatieve steekproef.
Om af te sluiten: blader in de peilingen eens naar de belangrijkste gegevens (en dat is niet de winst of het verlies van het kartel), maar: grootte van de steekproef, foutenmarge en significantie. Dat bepaalt immers hoe geloofwaardig zo’n peiling is. Vorige week belde een journalist me om een reactie te vragen op een peiling: slechts 1 op de 6 ondervraagden kende de bevoegdheden van mijn chef. Ze hadden hun regioreporters 150 ‘mensen’ laten ondervragen. Daar reageer ik dus NIET op.
Misschien moet ik morgen zelf eens met notitieboekje de hort op. En gaan vragen in het parochiehuis hoeveel zondagse kaarters er op CD&V zouden stemmen. Zeer representatieve peiling.
straf sap
Brusselse stations zijn niet meteen een ideaal oord om rustig rond te kuieren. De weinige winkels die er al zijn, sluiten te vroeg of doen na enkele maanden definitief de deuren dicht. De omgekeerde wet van de commercie geldt er blijkbaar: hoe meer voorbijgangers, des te kleiner de omzet. Naar mijn mening heeft de mentaliteit van de uitbater (of vaker: zijn personeel) daar veel mee te maken. Ze rollen de luiken al 5 minuten voor sluitingstijd naar beneden. De verwelkoming van een nieuwe klant gaat meestal niet verder dan een droog ‘bonjour/goeiendag’.
Met enige blijdschap mag ik dan ook de start van een outcast meedelen: een fruitsapzaakje in Brussel-Noord, in een uithoek van het staion. Denk dat de winkelvloer amper 10 m2 bedraagt, maar wat een efficientie! Je kan kiezen uit 25 soorten sap, in een grote of kleine beker. De varieteiten luisteren naar de naam Assepoester of Magic Blue, het personeel (2 immer glimlachende allochtone medeburgers) snijdt, pers en centrifugeert aan lichtsnelheid.
Je betaalt 5 euro voor een volle grote beker (en vol betekent niet: 2/3de fruitsap, 1/3 ijsblokjes, maar : ‘tot de rand gevuld met vers fruit’). Mijn gok: dat zaakje gaat daar nog lang staan. En binnenkort als enige.
oe doen die da
Beste West-Vlaming,
Ik vind u toffe peren. Jullie zijn relaxed, met een diepgeworteld gevoel van eigenheid. Vlot tweetalig West-Vlaams / Frans (althans in de toeristische badplaatsen) en niet gehinderd door enige bescheidenheid.
Maar voor eens en altijd: leer alstublieft het verschil tussen ‘die’ en ‘dat’. Het zal uw aanzien ook buiten de regio verhogen. Het is niet: “een huis die ik gekocht heb”, of “een jongen dat ik ken”. De Nederlandse taal is niet eenvoudig, maar toch deze simpele regel: plaats het kleine woordje voor het zelfstandige naamwoord (meestal het langere woordje) en je merkt meteen of het werkt. Zeggen jullie “die huis” of “dat jongen”? Vanaf nu niet meer.
Selectieve aandacht
Rapporten van de OESO zijn vaak lekker voer voor journalisten. Een betrouwbare organisatie die significante cijfers voorlegt. Ik werd er – toen mijn chef nog minister van Welzijn was – meermaals mee geconfronteerd. Sommige dagbladen maken er ook een sport van je pas om 6u te bellen, terwijl het nieuws al voor de middag op hun bureau ligt. Of de minister ‘even’ kan reageren op een rapport van 200 bladzijden over de slechte punten die Belgie krijgt inzake gezondheid bij allochtonen.
Helemaal anders wordt het als datzelfde OESO plots nieuws brengt wat komaf maakt met 8 jaar paars integratiebeleid:
“Bijna nergens zijn immigranten zo slecht geïntegreerd op de arbeidsmarkt als in België. Voor de eerste keer heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijks migratierapport een ‘scorebord’ gemaakt over de kloof tussen immigranten en autochtonen op de arbeidsmarkten van verschillende OESO-landen. Op Polen na scoort België het slechtst. Slechts een op de twee immigranten heeft een job. En de werkloosheid ligt dubbel zo hoog als bij de autochtone werkkrachten. Enkel vrouwelijke migranten boeken vooruitgang.”
Zo stond het alvast deze week in De Tijd, Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuws. De Morgen rept met geen woord over de conclusie van het onderzoek, maar zoomt in op een detailopmerking van de onderzoekers:
“In een lijvig migratierapport staat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) stil bij de nadelen van tijdelijke migratie.”
No further comment.






